Nieuws

Wat er wel moet gebeuren om tot goede, passende en betaalbare jeugdhulp te komen

Omdat ik geen rijbewijs heb, fiets ik veel. Naar de teams, naar gemeenten en overleggen met samenwerkingspartners. Door de Leidse regio en langs de bollenvelden. Een frisse wind door mijn hoofd en tijd om na te denken is prettig, zeker in deze ingewikkelde tijd. Ik deel graag een aantal van mijn gedachten en zorgen.

Na bijna 5 jaar decentralisatie hebben de gemeenten een groot financieel gat in hun begroting. Ik begrijp dat zij naarstig op zoek zijn naar hoe en wat er beter kan: integrale 0 tot 100 teams, preventie, meer lokale sturing en een nieuwe aanbesteding. Het is de vraag of dat allemaal gaat helpen want het gaat niet alleen om geld en sturing.

Wat moet er dan wel gebeuren?

Naar mijn idee zijn er nog zes grote thema’s binnen het regionale/lokale jeugdhulpstelsel die aangepakt moeten worden. En daarnaast is er een vraagstuk over de wijze van bekostiging.

  1. De samenhang tussen jeugdhulp en passend onderwijs moet sterker. Daar hoort ook een meer gezamenlijke financiering bij, omdat er nu vaak hulp in het onderwijs wordt ingezet die niet onder de jeugdwet valt.
  2. Goede samenwerking van wijkteams met Veilig Thuis en Jeugdbescherming, waar nodig  op casusniveau. We werken nog te los van elkaar en vanuit ieders eigen perspectief, rol en taak. Bij complexe casussen is een nauwere samenwerking onmisbaar om gezinnen bijvoorbeeld ook bij een maatregel als een ondertoezichtstelling te ondersteunen en voor een duurzaam perspectief na de maatregel te zorgen.
  3. De steeds langer worden wachtlijsten voor specialistische hulp moeten korter. Nu bieden de wijkteams als dat nodig is overbruggingszorg. Maar dat is niet wat deze gezinnen nodig hebben. We verwijzen hen niet voor niets door. Deze overbruggingsbegeleiding kost veel tijd die we niet kunnen inzetten voor meer preventie en vroegsignalering.
  4. De toename van GGZ-hulp. We moeten er zicht op krijgen waarom deze enorme groei is ontstaan? En wat doen en willen we ermee? Kunnen we meer samenwerken met bijvoorbeeld lokale eerstelijnspraktijken? En wat betekent het voor de expertise van de GGZ in de wijkteams?
  5. Het versterken van de samenwerking met huisartsen. Een heel groot deel van de verwijzingen gaat nog via de huisarts. Die kent niet altijd het brede jeugdhulpaanbod en kan niet direct zorgen voor hulp op andere leefgebieden. Hoe versterken we de samenwerking tussen de jeugd/wijkteams en huisartsen? Er zijn nu mooie pilots op een aantal plekken met een praktijkondersteuner vanuit het JGT die aansluit in de praktijk van de huisartsen
  6. Preventie: vroegsignalering, eerder lichtere hulp inzetten, zodat we verergering van de problemen voorkomen of voor zijn. Maar preventie is ook een breed begrip dat we met elkaar verder moeten invullen. De JGT’s komen er door wachtlijsten en complexe zaken nu nauwelijks aan toe. Wat kunnen we eraan doen om werkelijk deze stap naar voren te maken?
  7. De manier van financiering heeft invloed op de hulp die ingezet wordt. Ondersteunt de manier van bekostiging ook wat we willen bereiken?

Deze thema’s kunnen we alleen aanpakken als we het samen doen: gemeenten, wijkteams en alle betrokken partijen.

Het vraagt om een andere manier van governance die niet alleen gericht is op sturing, controle en beheersen, maar die ruimte schept voor reflectie, gezamenlijk leren en verder ontwikkelen. Daarbij kunnen we ons laten inspireren door bijvoorbeeld externen en cliënten.

De rede van Rob Gilsing als lector jeugdhulp in transformatie is interessant voor wie verder wil lezen over het een en ander.

Het geeft mij verdere stof tot nadenken. Gelukkig heb ik nog wat fietstochtjes voor de boeg.  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *