Cliëntverhalen

Kerst 2020: Zo hadden jullie het je vast niet voorgesteld | Praktijkverhaal van het Jeugd- en gezinsteam

Zo hadden we het ons niet voorgesteld

Een gewone vrijdagmiddag, tussen Sinterklaas en Kerst, in corona-tijd. Een moeder van een client van twee collega’s belt, ze klinkt aangedaan maar vastberaden: ‘Het gaat niet meer, mijn dochter kan hier echt niet blijven. We hebben alles geprobeerd en de hulpverlener kan ook niets doen.’ Ik ken deze moeder niet. En nu moet zij zomaar aan een vreemde vertellen, dat haar eigen dochter van 15 jaar, van wie ze zielsveel houdt, niet meer thuis kan wonen.

Het gaat al maanden niet goed. Het meisje heeft heftige gedragsproblemen. Er is al intensieve hulp om te proberen een uithuisplaatsing te voorkomen. Maar toch gaat het keer op keer mis. En nu is ze gisteravond op een crisisplek beland. Toen ze vanochtend naar huis mocht, is ze meteen weer weggelopen. Ik spreek met moeder af dat ik langskom na een afspraak met een ander gezin.

Ouders blijven nauwelijks overeind

Ik haast me naar een gesprek met twee gescheiden ouders voor wie het steeds lastiger wordt om overeind te blijven door alle problemen. Moeder heeft psychische problemen en worstelt met een verslaving waar de kinderen niet van weten. Hun oudste heeft intensieve begeleiding nodig. Het vorige gesprek met deze ouders verliep moeizaam. Moeder was duidelijk onder invloed en het was lastig het gesprek nog een goede kant op te leiden. Omdat zij zich niet goed kon concentreren, hebben we het gesprek eerder afgebroken.

Al jaren aan het overleven

 “Hoe gaat het met jullie?” vraag ik. Er volgt een emotioneel gesprek. We praten over hoe ouders aan de kinderen eerlijkheid en duidelijkheid kunnen geven over de problemen van moeder. Moeder vindt dit lastig, maar haar problemen hebben veel effect op het gezin. De kinderen hebben door dat er iets is en stellen vragen. Vader is overbelast door alle zorgen. Zijn vrouw, de gedragsproblemen van de kinderen, financiële problemen en zijn eigen uitgebluste gevoel. Moeder zegt dat zij gestopt is met haar verslaving. Vader wil dat heel graag geloven maar het is niet de eerste keer. Ik zie zijn cynische blik als moeder aan het woord is. Ouders dreigen opnieuw ruzie te krijgen. “Zo hadden jullie het je een paar jaar geleden vast niet voorgesteld”, zeg ik. Dan schieten ze allebei vol. Ze willen eigenlijk allebei hetzelfde. Dat het goed gaat met de kinderen.

Ik schiet meteen in de regelmodus

Als ik na het gesprek de gang oploop, klampt de hulpverlener van het weggelopen meisje me aan. De politie heeft haar gevonden en ze moet echt direct naar een gesloten plek, omdat ze vaak wegloopt en suïcidale neigingen heeft. Ik schiet meteen in de regelmodus. Bellen, stukken schrijven voor de rechtbank en zorgen dat zij naar een passende en beschikbare plek kan. Tot mijn verbazing vind ik snel een plek, wat in deze tijden van schaarste in de zorgsector bijzonder is. Twee uur later sta ik met een mondkapje bij de twee verdrietige, lamgeslagen maar vastberaden ouders aan de deur, samen met een gedragswetenschapper die moet beoordelen of een gesloten plaatsing terecht is.

Het voelt alsof je tegen je kind kiest

We bespreken met ouders hoe we de boodschap gaan brengen. We moeten met alles rekening houden omdat het meisje door haar autisme vaak heftig agressief reageert en nogal eens wegloopt. Door de achterdeur komt er een vlotte, stoere jongen binnen van een jaar of 18. Het blijkt de broer van het meisje te zijn.  ‘Het verbaast me niets’, zegt hij terwijl hij naast zijn ouders gaat zitten. ‘We lopen al zo lang op onze tenen.’ Zo hadden jullie het je vast niet voorgesteld” zeg ik. De tranen lopen over moeders wangen. ‘Ik voel me schuldig, ’ zegt ze. ’Ik voel opluchting, maar ik wil mijn kind niet wegdoen. Het voelt alsof je tegen je kind kiest, terwijl je juist vóór je kind en ook voor je andere kinderen kiest. Het voelt heel raar dat we straks in de rechtbank tegenover haar komen te zitten, terwijl ik haar wil troosten en bijstaan.’

We hebben besloten dat je een tijdje ergens anders moet wonen

We gaan naar boven. Mijn hart bonkt in mijn keel. De puberkamer hangt vol meisjesdingen en paardenmedailles. Het meisje zit met haar jas aan onder de deken. ‘We hebben besloten dat je een tijdje ergens anders moet wonen,’ is mijn harde boodschap. Ik zie dat het haar raakt maar ze zegt niets. Even later lopen de tranen over haar wangen. ‘Kan ik dan ook niet meer naar school? Maar dan zie ik mijn vriendje niet meer! Mag ik mijn telefoon nog wel gebruiken?’ Haar vingers schieten vliegensvlug over het scherm van haar telefoon, om haar vrienden een live verslag uit te brengen van wat zich er op haar kamertje afspeelt. We praten nog wat en dan laat ik haar even zodat ze kan bellen met haar vriendje en vriendinnen. Ouders zijn verbaasd dat het zo rustig verloopt. Ze zijn gewend om altijd op hun hoede te zijn. ‘Probeer van die laatste paar uren een bijzonder moment te maken. Pak samen even haar tas in. Misschien kunnen jullie iets eten wat ze lekker vindt?’

Ouders schieten in de actie, vader haalt ovenpatat, moeder gaat samen met mij mee naar boven. Een emotioneel moment, waarbij moeder haar dochter vertelt hoe machteloos ze zich voelt. En dat het niemands schuld is.

Zo hadden we het ons het allemaal eigenlijk niet voorgesteld…

‘Zo hadden jullie je het vast niet voorgesteld’. Die zin komt weer naar boven terwijl ik in het donker naar huis rijd. Ik bedenk me, dat dit eigenlijk voor heel veel mensen geldt. Er gebeuren elke dag nare dingen. Dat geldt niet alleen voor onze cliënten, maar ook voor al die anderen Die lieve collega die plotseling ernstig ziek blijkt te zijn. De leerkracht die zich excuseert dat ze nog niet had teruggebeld, omdat haar vader aan corona is overleden. Al die mensen die van dichtbij met corona te maken hebben of er zelfs aan overlijden, de enorme invloed die dit heeft op het leven van alledag. Je naasten niet meer kunnen knuffelen en al die leuke dingen niet meer mogen. Je kinderen die niet meer naar school kunnen en een ‘lockdown’ bijna normaal zijn gaan vinden.

De gezinnen die veel stress ervaren door de kinderen met gedragsproblemen die nu hele dagen thuis zitten.  Ik word er bijna angstig van en bedenk me daarna dat wij mensen eigenlijk heel veel aan kunnen. Mentaal worden we juist alleen maar sterker doordat we dit meemaken. Iedereen gebruikt zijn eigen kracht. ‘Eigen kracht en doen wat nodig is’, een onderdeel van onze visie. Dat vind ik zo mooi aan dit werk. Even meelopen op het pad van iemand die dat nodig heeft, hem of haar helpen bij het vinden van de eigen kracht zodat diegene uiteindelijk zelf verder kan lopen.

Maar we doen het toch maar mooi

De wachtlijsten, de enorme werkdruk en grote veranderingen waar we mee te maken hebben, zo hadden we het ons misschien niet voorgesteld. Maar we doen het toch maar mooi, ondanks alle beperkingen die de huidige tijd met zich meebrengt. Trots komt er in me op, trots op de cliënten en ons als hulpverleners, dat het online werken ook weer nieuwe dingen oplevert en dat we alsnog goede zorg kunnen blijven leveren aan de mensen die dat zo hard nodig hebben.

‘Tel je zegeningen en maak er wat moois van’..is mijn kerstgedachte.

Marije Voorthuis, medewerker JGT Lisse

Wij delen dit verhaal met toestemming van de ouders. De foto is illustratief, de mensen op de foto hebben geen relatie met dit verhaal. Enkele karakteristieke kenmerken zijn aangepast om herkenbaarheid te voorkomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *