Interview: het scheelt soms drie loketten

Posted on Posted in Uncategorized

Met de invoering van Jeugd- en Gezinsteams (JGt’s) in de gemeenten in Holland Rijnland kregen we vijf transformatiedoelen¹ mee. Als teamcoach van twee teams in de Leidse regio spreek ik met Sophie Hospers over twee van deze doelen. Sophie is een van de ‘founding mothers’ van de JGt’s.

Eerder de juiste hulp op maat

Doordat er in elk JGt hulpverleners met verschillende expertises² werken, wordt snel afgewogen welke hulpverlener bij welke vraag past. “Dat scheelt een cliënt soms al drie loketten”, vertelt Hospers. Met elke cliënt die zich aanmeldt is doorgaans binnen een week contact. Na de intake schat de professional in welke hulp het beste aansluit. De ene keer hoort de vraag thuis bij het team en zetten zij zelf ambulante hulp in. De andere keer zorgen zij ervoor dat de cliënt elders terechtkan, bijvoorbeeld bij een basisvoorziening zoals de jeugdgezondheidszorg of juist bij de meer specialistische zorg.

Maximale variatie

Bijzonder aan het werken in een JGt is dat de collega’s te maken hebben met een werkelijkheid van maximale variatie. Ieder kind, gezin, elke wijk, school en hulpverlener is verschillend. Jeugd- en gezinswerkers komen tijdens het werk nauwelijks standaardvragen tegen. In tegendeel, de dagelijkse leefwereld is weinig voorspelbaar. De ene situatie lijkt maar zelden op de andere. En een vraag kan in een tijdsbestek tussen aanmelding en behandeling van drie maanden alweer wijzigen. Daarnaast komen ze rijp en groen bij een team binnen; niet voorgesorteerd dus. De hulpverlener maakt steeds opnieuw de inschatting om te doen wat nodig is, een van de leidende JGt-principes.

Ruimte voor de professional

Professionals die in contact zijn met de gezinnen, mogen in het moment beslissingen nemen die nodig zijn. Hospers: “We hebben geen standaardmanier om met een vraag aan de slag te gaan. Jeugd- en gezinswerkers zijn vooral bezig met ‘wat is hier nodig?’. Communiceren via WhatsApp of persoonlijk, deze methodiek of de andere, ingrijpen of afwachten, een kop koffie of een uitgebreid gesprek.” Daarbij passen we de hulpverlening aan aan het niveau van de client. Deze enorme variatie in het dagelijkse werk vraagt van elk teamlid dat hij of zij steeds zelf aan zet is en nadenkt. Er is immers geen vaste werkwijze die je kunt volgen.

Praktische werkwijze

“Het type werk vraagt om praktisch wijze hulpverleners”, zegt Hospers. Jeugd- en gezinswerkers die theorie en praktijk combineren om te doen wat nodig is. Die durven vallen en opstaan. De hulpverlening vindt altijd plaats in de relatie tussen cliënt en professional. Het doel is hierbij altijd dat de cliënt zich gezien en gehoord voelt, zelfstandig of met anderen om zich heen weer vooruit kan.

Meer informatie

Heb je een vraag naar aanleiding van dit interview? Stuur mij een e-mail.

Denise van Kesteren, teamcoach

1 Regie bij het gezin, normaliseren, eerder juiste hulp op maat, integrale hulp en ruimte voor de professional.
2 De expertise reikt van maatschappelijk werk tot geestelijke gezondheidszorg, van mensen met een (verstandelijke) beperking en PGB tot bijvoorbeeld gezinsbegeleiding.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *